Notulus
MenuSluiten

Amsterdam

Amsterdam is een gemeente in de provincie Noord-Holland. Deze pagina toont per jaar hoeveel mensen er wonen en hoe oud ze zijn, de huishoudens, inkomen en werk, auto’s en afval, volgens het CBS. Wonen, criminaliteit, gemeentelijke belastingen, energie en parkeren hebben elk een eigen pagina.

941.927 inwoners op 1 januari 2026

  • 190,1 km² oppervlakte zonder water, 2026
  • 60.800 euro gemiddeld te besteden per huishouden, 2024

CBS, gelezen op 26 oktober 2026

De gemeente in cijfers

Inwoners per km² 2026
4.954
Huishoudens 2025
516.096
Woningen 2025
486.769
Koopwoningen 2025
30%
Gemiddelde WOZ-waarde 2026
575.000 euro
Personenauto's 2025
268.379
Personenauto's per 1.000 inwoners 2025
287
Bedrijfsvestigingen 2026
216.360

Bron: CBS StatLine, Regionale kerncijfers Nederland (70072NED), gelezen op 26 oktober 2026. Het jaartal is het jaar waarover het cijfer gaat; het CBS heeft niet van elk cijfer al hetzelfde jaar.

Onderwerpen

Inwoners van Amsterdam

Op 1 januari 1995 woonden er 722.230 mensen in Amsterdam; op 1 januari 2026 waren het er 941.927.

In 2025 werden er in Amsterdam 9.618 kinderen geboren en overleden er 5.991 mensen. Of het aantal inwoners groeit, hangt ook af van wie er komt wonen en wie vertrekt.

722.2301995 naar 941.9272026

0200.000400.000600.000800.0001.000.000941.92719952002200920162026
Inwoners op 1 januari, 1995 tot en met 2026.
Bekijk de cijfers als tabel32 jaar
Inwoners op 1 januari, 1995 tot en met 2026, Amsterdam
JaarInwoners, Amsterdam
2026941.927
2025934.526
2024931.298
2023918.117
2022882.633
2021873.338
2020872.757
2019862.965
2018854.047
2017844.947
2016833.624
2015821.752
2014810.937
2013799.278
2012790.110
2011779.808
2010767.457
2009755.605
2008747.093
2007742.884
2006743.079
2005742.783
2004739.104
2003736.562
2002735.526
2001734.594
2000731.288
1999727.053
1998718.151
1997715.148
1996718.119
1995722.230

Bron: CBS, tabel ‘Regionale kerncijfers Nederland’, gelezen op 26 oktober 2026.

Geboren

8.9741995 naar 9.6182025

02.5005.0007.50010.00012.5009.618199520012007201320192025
Levend geboren kinderen per jaar, 1995 tot en met 2025.
Bekijk de cijfers als tabel31 jaar
Levend geboren kinderen per jaar, 1995 tot en met 2025, Amsterdam
JaarGeboren, Amsterdam
20259.618
20249.797
20239.673
20229.894
202110.779
202010.345
201910.588
201810.661
201710.857
201611.023
201511.103
201411.216
201311.063
201210.992
201111.191
201011.459
200911.114
200810.661
200710.504
200610.260
200510.670
200410.688
200310.643
200210.481
200110.661
200010.715
199910.138
199810.119
19979.651
19969.167
19958.974

Bron: CBS, tabel ‘Regionale kerncijfers Nederland’, gelezen op 26 oktober 2026.

Overleden

7.2151995 naar 5.9912025

02.0004.0006.0008.0005.991199520012007201320192025
Overledenen per jaar, 1995 tot en met 2025.
Bekijk de cijfers als tabel31 jaar
Overledenen per jaar, 1995 tot en met 2025, Amsterdam
JaarOverleden, Amsterdam
20255.991
20246.021
20235.977
20226.002
20215.914
20205.763
20195.248
20185.374
20175.169
20165.517
20155.453
20145.244
20135.412
20125.535
20115.314
20105.406
20095.313
20085.679
20075.586
20065.727
20055.960
20045.876
20036.560
20026.546
20016.646
20006.666
19996.747
19986.690
19976.759
19967.151
19957.215

Bron: CBS, tabel ‘Regionale kerncijfers Nederland’, gelezen op 26 oktober 2026.

Leeftijd van de inwoners van Amsterdam

Op 1 januari 2026 was 14,2% van de inwoners van Amsterdam 65 jaar of ouder, in heel Nederland 21,1%. Op 1 januari 1995 was dat in Amsterdam 13,4%.

Per leeftijdsgroep op 1 januari 2026

  • 0 tot 15 jaar12,7% Nederland 14,8%
  • 15 tot 25 jaar13,1% Nederland 12,2%
  • 25 tot 45 jaar37,2% Nederland 25,9%
  • 45 tot 65 jaar22,7% Nederland 26%
  • 65 tot 80 jaar11,2% Nederland 15,9%
  • 80 jaar of ouder3% Nederland 5,3%
Aandeel van de inwoners per leeftijdsgroep op 1 januari 2026. De dikke staaf is Amsterdam, de dunne heel Nederland.

Notulus rekende de aandelen uit met de aantallen per leeftijdsgroep en het totaal aantal inwoners van het CBS. Bron: CBS, tabel ‘Regionale kerncijfers Nederland’, gelezen op 26 oktober 2026.

65 jaar of ouder, door de jaren

13,4%1995 naar 14,2%2026

0%5%10%15%20%25%14,2%199520012007201320192026
Aandeel inwoners van 65 jaar of ouder op 1 januari, 1995 tot en met 2026. De doorgetrokken lijn is Amsterdam, de stippellijn heel Nederland.
Bekijk de cijfers als tabel32 jaar
Aandeel inwoners van 65 jaar of ouder op 1 januari, 1995 tot en met 2026, Amsterdam en heel Nederland
Jaar65 jaar of ouder, Amsterdam65 jaar of ouder, Nederland
202614,2%21,1%
202513,9%20,8%
202413,6%20,5%
202313,4%20,2%
202213,1%20%
202113%19,8%
202012,7%19,5%
201912,5%19,2%
201812,4%18,9%
201712,1%18,5%
201612%18,2%
201511,9%17,8%
201411,8%17,3%
201311,6%16,8%
201211,3%16,2%
201111%15,6%
201011,1%15,3%
200911,1%15%
200811,2%14,7%
200711,3%14,5%
200611,3%14,3%
200511,3%14%
200411,4%13,8%
200311,6%13,7%
200211,8%13,7%
200112%13,6%
200012,2%13,6%
199912,5%13,5%
199812,8%13,5%
199713,1%13,4%
199613,3%13,3%
199513,4%13,2%

Notulus rekende het aandeel uit met de aantallen van het CBS. Bron: CBS, tabel ‘Regionale kerncijfers Nederland’, gelezen op 26 oktober 2026.

Huishoudens in Amsterdam

Amsterdam telde in 2025 516.096 particuliere huishoudens, met gemiddeld 1,78 personen per huishouden. In heel Nederland was dat 2,10.

Een particulier huishouden bestaat uit één of meer mensen die alleen of samen in een woonruimte wonen en zelf in hun dagelijkse behoeften voorzien.

400.8881995 naar 516.0962025

0200.000400.000600.000516.09619952002200920162025
Particuliere huishoudens, 1995 tot en met 2025.
Bekijk de cijfers als tabel31 jaar
Particuliere huishoudens, 1995 tot en met 2025, Amsterdam
JaarHuishoudens, Amsterdam
2025516.096
2024515.181
2023505.705
2022484.574
2021474.875
2020475.368
2019470.223
2018467.606
2017462.329
2016456.462
2015449.209
2014440.780
2013436.825
2012432.612
2011427.350
2010422.073
2009416.426
2008411.520
2007410.308
2006410.201
2005407.784
2004406.273
2003405.008
2002405.359
2001405.572
2000404.579
1999403.191
1998399.696
1997396.788
1996398.997
1995400.888

Bron: CBS, tabel ‘Regionale kerncijfers Nederland’, gelezen op 26 oktober 2026.

Personen per huishouden

1,781995 naar 1,782025

0,000,501,001,502,002,501,78199520012007201320192025
Gemiddeld aantal personen per huishouden, 1995 tot en met 2025. De doorgetrokken lijn is Amsterdam, de stippellijn heel Nederland.
Bekijk de cijfers als tabel31 jaar
Gemiddeld aantal personen per huishouden, 1995 tot en met 2025, Amsterdam en heel Nederland
JaarPersonen, AmsterdamPersonen, Nederland
20251,782,10
20241,782,11
20231,792,12
20221,802,13
20211,812,14
20201,812,14
20191,812,15
20181,812,15
20171,812,16
20161,812,17
20151,812,17
20141,822,18
20131,812,19
20121,812,20
20111,812,21
20101,812,22
20091,802,23
20081,802,24
20071,802,25
20061,802,26
20051,812,27
20041,802,28
20031,802,28
20021,802,29
20011,802,30
20001,792,30
19991,782,30
19981,782,32
19971,782,33
19961,782,34
19951,782,35

Bron: CBS, tabel ‘Regionale kerncijfers Nederland’, gelezen op 26 oktober 2026.

Inkomen en werk in Amsterdam

Een huishouden in Amsterdam had in 2024 gemiddeld 60.800 euro te besteden; studentenhuishoudens tellen niet mee. In heel Nederland was dat 61.600 euro.

Besteedbaar inkomen is het bruto inkomen min de belasting op inkomen en vermogen en de premies voor inkomens- en zorgverzekeringen.

Er waren in 2024 731.600 banen van werknemers in Amsterdam; wie twee banen heeft, telt twee keer. Het CBS telde in 2026 216.360 bedrijfsvestigingen.

36.180 inwoners jonger dan de AOW-leeftijd hadden in 2026 een bijstandsuitkering.

Besteedbaar inkomen per huishouden

33.200 euro2011 naar 60.800 euro2024

euro020.00040.00060.00080.00060.800 euro20112014201720202024
Gemiddeld besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens zonder studenten, 2011 tot en met 2024. De doorgetrokken lijn is Amsterdam, de stippellijn heel Nederland.
Bekijk de cijfers als tabel14 jaar
Gemiddeld besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens zonder studenten, 2011 tot en met 2024, Amsterdam en heel Nederland
JaarInkomen, AmsterdamInkomen, Nederland
202460.800 euro61.600 euro
202358.800 euro58.800 euro
202251.900 euro52.300 euro
202148.700 euro49.500 euro
202045.900 euro47.500 euro
201944.900 euro46.800 euro
201841.400 euro43.500 euro
201739.800 euro42.600 euro
201638.300 euro41.200 euro
201536.800 euro39.600 euro
201436.300 euro40.000 euro
201334.200 euro37.900 euro
201233.700 euro37.700 euro
201133.200 euro37.500 euro

Bedragen van dat jaar; inflatie is er niet uit gehaald. Bron: CBS, tabel ‘Regionale kerncijfers Nederland’, gelezen op 26 oktober 2026.

Banen van werknemers

514.4002008 naar 731.6002024

0200.000400.000600.000800.000731.60020082012201620202024
Banen van werknemers, 2008 tot en met 2024.
Bekijk de cijfers als tabel17 jaar
Banen van werknemers, 2008 tot en met 2024, Amsterdam
JaarBanen, Amsterdam
2024731.600
2023723.400
2022702.100
2021669.200
2020628.400
2019654.900
2018634.100
2017612.300
2016595.200
2015579.500
2014569.500
2013554.100
2012538.300
2011540.700
2010537.100
2009517.500
2008514.400

Bron: CBS, tabel ‘Regionale kerncijfers Nederland’, gelezen op 26 oktober 2026.

Bedrijfsvestigingen

121.1602015 naar 216.3602026

050.000100.000150.000200.000250.000216.3602015201820212026
Bedrijfsvestigingen, 2015 tot en met 2026.
Bekijk de cijfers als tabel12 jaar
Bedrijfsvestigingen, 2015 tot en met 2026, Amsterdam
JaarVestigingen, Amsterdam
2026216.360
2025209.480
2024206.195
2023191.605
2022181.675
2021167.495
2020163.080
2019153.240
2018144.465
2017135.630
2016128.815
2015121.160

Bron: CBS, tabel ‘Regionale kerncijfers Nederland’, gelezen op 26 oktober 2026.

Bijstand

36.2002007 naar 36.1802026

010.00020.00030.00040.00050.00036.18020072011201520192026
Inwoners met een bijstandsuitkering, jonger dan de AOW-leeftijd, 2007 tot en met 2026.
Bekijk de cijfers als tabel20 jaar
Inwoners met een bijstandsuitkering, jonger dan de AOW-leeftijd, 2007 tot en met 2026, Amsterdam
JaarMet bijstand, Amsterdam
202636.180
202536.050
202435.620
202335.470
202235.670
202137.830
202040.650
201938.950
201840.500
201741.760
201642.190
201541.700
201442.430
201341.620
201239.670
201139.600
201038.600
200936.500
200834.890
200736.200

Uitkeringen volgens de Participatiewet; tot 2015 de Wet werk en bijstand. Bron: CBS, tabel ‘Regionale kerncijfers Nederland’, gelezen op 26 oktober 2026.

Personenauto’s in Amsterdam

In 2025 telde het CBS 268.379 personenauto’s in Amsterdam, 287 per 1.000 inwoners. In heel Nederland waren het er 513 per 1.000 inwoners.

Taxi’s, huurauto’s en campers tellen mee als personenauto; brommers en motoren niet.

Per 1.000 inwoners

3102000 naar 2872025

0200400600287200020052010201520202025
Personenauto’s per 1.000 inwoners, 2000 tot en met 2025. De doorgetrokken lijn is Amsterdam, de stippellijn heel Nederland.
Bekijk de cijfers als tabel26 jaar
Personenauto’s per 1.000 inwoners, 2000 tot en met 2025, Amsterdam en heel Nederland
JaarPer 1.000 inwoners, AmsterdamPer 1.000 inwoners, Nederland
2025287513
2024288505
2023284501
2022279502
2021272497
2020269493
2019269489
2018274487
2017277481
2016277477
2015278472
2014284471
2013286472
2012285470
2011284464
2010285460
2009290458
2008289451
2007290442
2006287434
2005288429
2004286425
2003326423
2002325417
2001319409
2000310400

Bron: CBS, tabel ‘Regionale kerncijfers Nederland’, gelezen op 26 oktober 2026.

In totaal

227.0592000 naar 268.3792025

0100.000200.000300.000268.37920002006201220182025
Personenauto’s, 2000 tot en met 2025.
Bekijk de cijfers als tabel26 jaar
Personenauto’s, 2000 tot en met 2025, Amsterdam
JaarPersonenauto’s, Amsterdam
2025268.379
2024268.240
2023260.837
2022246.065
2021237.713
2020234.618
2019231.833
2018234.256
2017233.715
2016231.183
2015228.691
2014230.677
2013228.764
2012225.297
2011221.620
2010218.595
2009219.112
2008215.586
2007215.613
2006213.621
2005213.962
2004211.635
2003240.418
2002238.955
2001234.024
2000227.059

Bron: CBS, tabel ‘Regionale kerncijfers Nederland’, gelezen op 26 oktober 2026.

Huishoudelijk afval in Amsterdam

Het CBS telde in 2024 voor Amsterdam 331.777 ton huishoudelijk afval, waarvan 214.449 ton restafval en 3.958 ton groente-, fruit- en tuinafval. Restafval is afval dat niet gescheiden is ingezameld.

Per inwoner was dat 356 kilo, waarvan 230 kilo restafval. In heel Nederland was het 455 kilo per inwoner, waarvan 147 kilo restafval.

Per inwoner

421 kilo1998 naar 356 kilo2024

kilo0200400600356 kilo199820032008201320182024
Huishoudelijk afval in kilo per inwoner, 1998 tot en met 2024. De doorgetrokken lijn is Amsterdam, de stippellijn heel Nederland.
Bekijk de cijfers als tabel27 jaar
Huishoudelijk afval in kilo per inwoner, 1998 tot en met 2024, Amsterdam en heel Nederland
JaarKilo per inwoner, AmsterdamKilo per inwoner, Nederland
2024356 kilo455 kilo
2023349 kilo451 kilo
2022367 kilo459 kilo
2021375 kilo503 kilo
2020389 kilo523 kilo
2019360 kilo491 kilo
2018381 kilo493 kilo
2017381 kilo493 kilo
2016399 kilo496 kilo
2015399 kilo496 kilo
2014427 kilo498 kilo
2013423 kilo495 kilo
2012433 kilo517 kilo
2011445 kilo535 kilo
2010450 kilo535 kilo
2009464 kilo550 kilo
2008486 kilo561 kilo
2007482 kilo569 kilo
2006490 kilo561 kilo
2005491 kilo562 kilo
2004484 kilo562 kilo
2003476 kilo549 kilo
2002477 kilo561 kilo
2001468 kilo562 kilo
2000492 kilo566 kilo
1999461 kilo552 kilo
1998421 kilo533 kilo

Het CBS geeft de hoeveelheid voor de hele gemeente; Notulus deelde die door het aantal inwoners op 1 januari van hetzelfde jaar. Bron: CBS, tabel ‘Regionale kerncijfers Nederland’, gelezen op 26 oktober 2026.

Restafval per inwoner

306 kilo1998 naar 230 kilo2024

kilo0100200300400230 kilo199820032008201320182024
Huishoudelijk restafval in kilo per inwoner, 1998 tot en met 2024. De doorgetrokken lijn is Amsterdam, de stippellijn heel Nederland.
Bekijk de cijfers als tabel27 jaar
Huishoudelijk restafval in kilo per inwoner, 1998 tot en met 2024, Amsterdam en heel Nederland
JaarKilo per inwoner, AmsterdamKilo per inwoner, Nederland
2024230 kilo147 kilo
2023229 kilo147 kilo
2022244 kilo151 kilo
2021246 kilo163 kilo
2020250 kilo172 kilo
2019238 kilo164 kilo
2018244 kilo171 kilo
2017250 kilo179 kilo
2016256 kilo190 kilo
2015279 kilo200 kilo
2014287 kilo206 kilo
2013292 kilo210 kilo
2012294 kilo219 kilo
2011294 kilo224 kilo
2010293 kilo226 kilo
2009304 kilo235 kilo
2008323 kilo241 kilo
2007326 kilo242 kilo
2006343 kilo242 kilo
2005337 kilo243 kilo
2004335 kilo242 kilo
2003332 kilo241 kilo
2002339 kilo245 kilo
2001341 kilo248 kilo
2000353 kilo248 kilo
1999340 kilo242 kilo
1998306 kilo233 kilo

Notulus deelde de hoeveelheid restafval door het aantal inwoners op 1 januari van hetzelfde jaar. Bron: CBS, tabel ‘Regionale kerncijfers Nederland’, gelezen op 26 oktober 2026.

Wat de cijfers niet zeggen

  • Dit zijn cijfers voor de hele gemeente. Verschillen tussen wijken, dorpen en kernen binnen Amsterdam staan er niet in.
  • Het inkomen is een gemiddelde. Een klein aantal huishoudens met een hoog inkomen trekt het gemiddelde omhoog; wat de meeste huishoudens te besteden hebben, zegt het niet.
  • Het aandeel per leeftijdsgroep en het afval per inwoner rekende Notulus zelf uit met de aantallen van het CBS. Het CBS heeft niet van elk cijfer al hetzelfde jaar; onder elke grafiek staat over welke jaren hij gaat.
  • Het CBS geeft elk jaar de cijfers van de gemeente zoals die in dat jaar bestond. Werd een gemeente bij een herindeling groter, dan zit die sprong ook in de lijn.

Bronnen

  • CBS, Regionale kerncijfers NederlandInwoners, leeftijd, geboren en overleden, huishoudens, inkomen, banen, bedrijfsvestigingen, bijstand, personenauto’s, oppervlakte en huishoudelijk afval. Gelezen op 26 oktober 2026, licentie CC BY 4.0.

Overnemen mag, met bronvermelding: ‘Notulus, Amsterdam in cijfers, naar CBS, gelezen op 26 oktober 2026’ en een link naar deze pagina.